Vlees wordt tegenwoordig verkocht met een verhaal – hoe de dieren zo’n goed leven hebben gehad, hoe ze ongehinderd hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, en hoe die bijzondere samenwerking tussen mens en dier tot stand komt waar beiden van profiteren.

Labels en marketingtermen als scharrel, duurzaam, natuurlijk en diervriendelijk zijn door de vleesindustrie geïntroduceerd om ons een prettig gevoel te geven bij het product dat we aanschaffen.

Uiteindelijk geldt echter voor alle soorten vlees, van bio-industrie tot biologisch, dat er een dier voor moet worden gedood. Een individu dat gevoelens heeft en pijn kan ervaren en wil blijven leven.

Hoe een dier aan zijn einde komt wordt op het etiket verzwegen. Dat een dier moest sterven willen we liever niet weten.